De experimenteerruimte van een 1,5m grid – De Leeszaal in de tussentijd.

Leeszaal Rotterdam West was tien weken dicht, maar niet op non-actief, want de Leeszaal is een zelforganisatie. Vrijwilligers namen allerlei initiatieven, daar ontstond onderlinge discussie over; en ook over de gedeeltelijke heropening moest grondig worden nagedacht met elkaar. Besloten is om de Leeszaal als publiek domein voorlopig in te perken, niet als ‘het nieuwe normaal’, maar als tussentijd met experimenteerruimte.

Donderdagavond 12 maart hebben Maurice Specht en ik maar een paar minuten nodig om te besluiten dat de Leeszaal de volgende dag niet open zal gaan. De bibliotheken en andere culturele instellingen gaan dicht; en hoewel de Leeszaal de avond ervoor nog vol zat met Poetry Slammers en hun publiek, is het de rest van de week ongewoon stil geweest. Mensen beginnen publieke ruimtes te mijden. Vrijwilligers zijn blij dat wij (initiatiefnemers en regelaars van de Leeszaal) de knoop hebben doorgehakt. Dit is overmacht. Over twee weken zullen we wel weer zien.

Een week later is het tijdsperspectief veranderd. We moeten niet in weken, maar in maanden of jaren denken. Alle verhuringen en praatjes voor de komende maanden zijn afgezegd. Ons ‘Internationale levensliederenfestival uit het Oude Westen’, dat we hadden ondergebracht bij het stadsprogramma van het Eurovisiesongfestival, is een jaar verschoven. De voorjaarsserie Literaire Maaltijden eindigt bij nummer 1. ‘Blijf thuis!’ staat op een groot gemeentelijk digiboard vlak bij. Heropenen lijkt voorlopig geen optie, maar wat dan wel? De Leeszaal is een plek waar mensen boeken komen halen en brengen. Het is een werk- en ontmoetingsplek van zo’n 100 vrijwilligers. Het is een cultuurbazaar, een plek waar mensen iets kunnen laten zien en nieuwe ideeën kunnen uitproberen. Het is een publiek domein: een plek waar mensen om verschillende redenen naar toe komen en elkaar dan toevallig treffen. En tenslotte is het een plek waar huur en andere vaste lasten voor betaald moeten worden, waar onvaste inkomsten tegenover staan; zoals de opbrengsten van al die opgezegde verhuringen en praatjes. Wat is de Leeszaal nog als hij dicht is en we elkaar niet meer tegenkomen om er iets van te maken?

Antwoord: een zelforganisatie.

Een paar dagen later komen de eerste ideeën: laten we boeken gaan bezorgen, een ochtend in de week schoonmaken, als proef een online-poetryslam organiseren. Wekelijkse 1,5m sessies: solo- en duoconcerten van muzikanten en dichters die eerder hebben opgetreden, opnemen in de Leeszaal en livestream uitzenden. Plus de mailtjes met bezwaren: blijf thuis = blijf thuis. Zet de Leeszaal even uit je hoofd, het gaat nu over leven en dood. Door deze initiatieven goed te keuren, wek jij als leidersfiguur de indruk dat het wel meevalt met het besmettingsgevaar en dat mensen gerust ‘onnodig’ de deur uit kunnen gaan. Dat is net zo goed betrokkenheid natuurlijk. Bovendien, in dezelfde tijd circuleren via het Surinaamse circuit de eerste berichten over het grote aantal sterfgevallen in ‘ons’ verzorgingshuis De Leeuwenhoek. Bekende gezichten van de West-Kruiskade zijn voor altijd verdwenen.

Maar wat is ‘even’? Anderhalf, twee jaar overleeft de Leeszaal niet, financieel noch sociaal. En wat is ‘onnodig’? Boeken? Een vaste bezigheid in de week hebben? Een zelf gemaakte plek verzorgen? Samen culturele initiatieven ontwikkelen? Werkloze muzikanten en dichters een podium (en een beetje geld) bieden? Experimenteren met andere samenwerk- en presentatievormen? Een gemeenschappelijke zaak in stand houden?

De voorstellen zijn allemaal gerealiseerd. Omdat de Leeszaal is gebaseerd op de deskundigheid, zelfwerkzaamheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de betrokken (groepen) vrijwilligers en Maurice en ik geen directie zijn, maar initiatiefnemers en initiatiefondersteuners, en sfeer- en cultuurbewakers. Omdat de mensen die iets willen doen erover nagedacht hebben hoe ze het kunnen doen: veilig en met kwaliteit. Veilig = in dit geval met afstand en voldoende hygiëne; en kwaliteit heeft vele vormen. De muzikanten en dichters zijn blij dat ze kunnen optreden, merken dat het serieus wordt aangepakt en maken er echt iets van. Door de samenwerking met de vrijwilligers van Oude Westen-tv worden het goede opnames. Vormgeefster Karin ter Laak maakt mooie digitale banners en posters voor de Leeszaal in de tussentijd. De online Poetry Slam wordt tot in de puntjes goed voorbereid. De schoonmakers laten niet alleen de lekkagestank verdwijnen, maar toveren ook een 1,5m grid op de vloer van de Leeszaal. Even wat anders dan die rood-witte strepen in de supermarkt. De bezorgboeken worden met zorg gekozen, ingepakt in bewaarde affiches en van een persoonlijke boodschap voorzien. Daarnaast besteden vrijwilligers, een op een of in kleine verbanden, aandacht aan elkaar. Ze informeren met apps en telefoontjes hoe het gaat, bellen even aan voor een gesprek vanuit het raam. We zijn geen vrienden, onze band is de Leeszaal, zeggen we altijd, maar het werken aan een gemeenschappelijke zaak versterkt het sociale weefsel in de buurt.

Op een bepaald moment zijn er meer boekenbezorgers dan boekenbestellingen; en dat horen we van meer spontane bezorg- en boodschappendiensten. Er ontstaat door corona en quarantaine een overdosis aan sociaal gevoel en altruïsme, jubelen de media. Dat valt te bezien. Mensen zijn meer thuis en hebben daardoor wellicht meer oog voor hun woonomgeving, maar misschien hadden dezelfde media (en onderzoekers) in andere tijden iets te weinig oog voor het alledaagse sociale en altruïstische gedrag van mensen, gehinderd door het dominante individualiserings- en achterstandswijkverhaal. Zonder sociaal gevoel zouden de Leeszaal en alle andere vrijwilligersprojecten in de buurt het nooit hebben volgehouden. Toen en nu is sociaal gevoel breder dan individuele zorg en mensen hebben diverse motieven om zich onbetaald voor een sociaal project in te zetten: het plezier om samen te denken en te doen, iets te creëren, iets moois te maken, uit je eigen kleine wereldje te breken, met onbekende mensen kennis te maken, de onverwachte gekkigheden, het verbonden zijn met een plek van betekenis, je kennis en deskundigheid inbrengen. Zo worden de nieuwe dozen met boeken van al die mensen die hun huizen hebben opgeruimd – zoals altijd – streng geselecteerd, want ook onze collectie heeft kwaliteit.

Heropenen voor wat en wie?

Na vijf weken praten Maurice en ik voor het eerst over heropening. Inmiddels is de 1,5m geen tijdelijke regel, maar een ‘samenleving’ geworden. Voor mijzelf helpt het 1,5m grid, waaraan je precies kan zien hoe de Leeszaal gebruikt zou kunnen worden. De lange rijen voor banketbakkerij Koekela en de coffeeshops in de buurt tonen dat het ‘hoogstnoodzakelijke’ het wc-rollenstadium voorbij is. Onze eerste vraag is: voor wat en wie gaat de Leeszaal open? Een zorgenpunt zijn de ‘hangmannen’ (en enkele vrouw) van de Leeszaal: dak- en thuislozen, rusteloze of paranoia types, opgewonden standjes, mensen die door een slechte slaapplek, teveel alcohol en andere middelen, of alles bij elkaar, aan de computer in slaap vallen, mensen met een hoop tassen die een uur in de wind stinken, kortom het bewerkelijke deel van het vaste publiek van bibliotheken en leeszalen over de hele wereld. Ook voor de coronacrisis hadden we van tijd tot tijd vrijwilligersoverleg over de omgang met deze mannen. De dagopvang voor dak- en thuislozenopvang is nu ingeperkt, de parken in de buurt zijn allemaal op slot gegooid. Als de Leeszaal zomaar open gaat, dan gaan deze mannen er ongetwijfeld zitten, en kunnen er geen boekenzoekers of laptopwerkers bij; of die komen niet uit angst voor wat deze mannen om zich heen verspreiden. Het virus is reukloos, maar dat handenwasgebod wekt toch het idee dat behalve afstand superhygiëne ons moet beschermen. In de nachtopvang wordt er getest, maar hoe zit ’t met de gezondheid van de buiten- en bankslapers? Merk je het zelf als je voortdurend verdoofd bent?

We kiezen voor de inperking van de Leeszaal als publiek domein en maken een voorstel voor inrichting en protocol waarin de Leeszaal enkel open gaat voor boeken halen en brengen. Kortere openingstijden, alle stoelen en computers eruit, de wc dicht, geen koffie en thee. En een actievere opstelling van gastvrouwen/heren, aan de deur en in de zaal, om dit te realiseren. We laten het voorstel aan een paar mensen lezen en sturen het dan rond aan alle vrijwilligers, met de vraag wie onder deze condities weer aan de slag wil; en een uitnodiging voor een bespreking in de Leeszaal. Rondsturen is mailen plus uitdraaien en in de bus doen bij vrijwilligers die geen mail lezen, aangevuld met nog wat appjes en telefoontjes. Een derde van de vaste gastvrouwen/heren wil om diverse redenen nog niet beginnen. Naast karakter en gezondheid (van zichzelf of naasten) speelt referentiekader mee. Dat kan ook het Taiwanese of Griekse coronabeleid zijn. Dertig vrijwilligers van 20 tot 75 jaar oud willen graag aan het werk, maar ze willen ook praten over wat en hoe. Aan de hand van een concept-affiche met de voorgestelde coronamaatregels praten we over het maximum van 25 personen en de eventueel agressieve reacties van de geweerde mannen. We zijn wel gewend om iemand die zich niet gedraagt de deur uit te zetten, maar niet om mensen bij voorbaat te weigeren. Het ontbreken van stoelen en computers en de dichte bezoekers-wc, maken de zaak wel helder, maar het is een fikse breuk met de gastvrijheid waarvoor we altijd gekozen hebben. Dit is meer dan afstand houden, het is op afstand plaatsen van een bepaalde groep; niet vanwege hun gedrag, maar vanwege hun status of zijn. Ook het wijkpark gaat weer open, met twee beveiligers bij het hek om ‘overlastgevende groepen’ tegen te houden. De toegang tot het publieke domein wordt zo op een andere manier verdeeld. Gelukkig zijn er bij de Leeszaal genoeg vrijwilligers die aan de deur willen staan. Maurice en ik hebben onszelf ook ingeroosterd om te ervaren hoe het werkt.

Na tien weken heropening

Ons facebookbericht over de heropening wordt flink gedeeld en geliket en als dinsdag 19 mei om 12 de Leeszaal weer open gaat, staat er een rijtje kinderen en volwassenen voor de deur. Veel mensen komen met een hier-ben-ik-weer-gezicht binnen, het is een soort reünie van vertrouwde vreemden. We krijgen complimenten en bedankjes. En dat gaat de hele week zo door, er zijn altijd mensen maar het is nooit te druk. De hangmannen komen ook, ze vinden het niet leuk dat er geen plek voor hen is, maar maken geen drukte. Al helemaal gewend aan ‘het nieuwe normaal’ blijkbaar. De vrijwilligers vinden het niet echt normaal. Ze lenen een krant uit en iemand stelt voor om een paar tafels buiten te zetten met de kranten erop. Dit is tussentijd. 

Vanaf juni gaan weer kleine bijeenkomsten plaatsvinden, zoals Café NL, het praatcafé voor nieuwkomers, en een offline/online mix van Poetry Slam. De werkgroep PuntKomma Muziek gaat het geplande virtual reality thema aanpassen aan de actualiteit. Danser Thomas Körtvelyessy wil een serie soloperformances op het plein geven. We gaan daarvoor het 1,5m grid en daarmee de Leeszaal naar buiten doortrekken en opener maken. Desgevraagd willen onze buren, kunstenaars van outsider-art Atelier de Herenplaats, dat doen. Wie had ooit kunnen denken dat een grid openheid kan uitstralen.

En het geld?

De Leeszaal heeft niet de last van betaalde krachten, maar moet wel een (gereduceerde) huur en andere vaste lasten betalen. In totaal € 20.000. Dankzij een secure penningmeester is onze administratie altijd piekfijn op orde en verder zijn we ook financieel goede improvisatoren. We hebben ons met een overzicht van de gederfde inkomsten gemeld voor de € 4000 ondersteuning van de gemeente. Dat bedrag staat inmiddels op onze bankrekening. Via een potje van de cultuurscout zijn de extra kosten voor de online evenementen gedeeltelijk gedekt. We hebben een aantal vaste huurders gemaild dat bijeenkomsten tot 25 personen weer mogelijk zijn. Zo nodig blazen we de al zeven jaar uitgestelde sponsoractie leven in.

De tussentijd als experimenteerruimte

Tien jaar geleden was ik mede-initiatiefnemer van de Tussentuin. Een tijdelijke tuin met muziekpodium op een sloopplek in de buurt. De ervaringen met die tuin gaven mij en een aantal andere buurtbewoners het lef en vertrouwen dat we als bewoners zelf iets konden beginnen als alternatief voor de gesloten bibliotheek. Plus de kennis van wat daarvoor nodig is. Het begint erop te lijken dat het experimenteren in deze tussentijd ons ook nieuwe inzichten en inspiratie biedt in wat het betekent om een zelforganisatie, een publieke ruimte, een werkplek en een cultuurbazaar te zijn.

(27 mei 2020)

(met dank aan Maurice Specht)

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven