Ik ben opgegroeid tegenover een rivier. Of eigenlijk ‘een beek met grootheidswaanzin’ zoals dichter Joep Span hem lichtelijk bespot. Hij heet de Mark en ontstond eeuwen geleden in een nabijgelegen veengebied in België. 1 km voorbij ons huis stroomde hij voorbij de Drie Hoefijzers en rook hij naar bier, 500 meter verder rook alles naar de chocoladefabriek Kwatta, en de Mark ook. Weer wat verder komt hij samen met de Aa of Weerijs. De Aa wordt daardoor een brede A. Vandaar Breda. Ten noorden van Breda komt de Dintel erbij en uiteindelijk stromen ze met zijn 3en in de Westerschelde. 80 km, meer is het niet.
In de Aa of Weerijs hadden we een zwemplekje. De Mark voor ons huis lag er voornamelijk mooi en saai te wezen. Tot 5 december 1960. Hij kwam de straat over en stond even later voor onze voor- én achterdeur. Allemaal heel rustig. Geen paniek, zei mijn vader, verder komt-ie niet. Maar mooi dat er midden in het huis een straaltje water naar boven kwam, de meubels werden razendsnel op tegels gezet en daarna zaten we op de trap te kijken hoe het water steeg. Een paar uur later stond de Mark 20 cm meter hoog in ons huis. Daar bleef het bij. Een dag later ging hij weer weg en liet ons achter met een hoop smurrie en met muren die in de weken daarna alsmaar grijzer en zwarter werden. Om herhaling te voorkomen werd de Mark ‘genormaliseerd’. Bijzonder werkwoord voor verbreden, uitdiepen, recht trekken en stuwen erin bouwen. Alsof dat de normale loop van de rivier is. De haven in het centrum van de stad werd gedempt, daar kwam een parkeergarage. Klaar met die onberekenbare Mark.
De stem van Mark
Maar op een dag werd ik niet langer gevierd. Ik voelde me op den duur verbannen, gedempt en genegeerd. Opdat ik niet meer mocht stromen. Alsof ik er niet mocht zijn. Ik hield mij in. Terneergeslagen… jaren lang… Terwijl ik toch echt de stille getuige was van een rijke geschiedenis die zich hier heeft afgespeeld.
Een tekst van vijftig jaar later, dan is het allemaal anders, maar daar komen we nog op.
We moeten eerst naar Nieuw Zeeland
Want Rechten van rivieren begint in Nieuw Zeeland in het woongebied van de oorspronkelijke bevolking: de Maori’s. In 2014 kreeg de Whanganui River, 290 km, door een uitspraak van het parlement officieel rechtspersoonlijkheid. Het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan de rivier betekende ook erkenning van de manier waarop de Maori hun relatie met de rivier, en met de natuur in zijn algemeen, zien. De Maori beschouwen de rivier als een ondeelbaar en spiritueel wezen. De rivier bezit zichzelf. Of in Maoritermen: de rivier is zichzelf. Dat is nog niet het hele verhaal. De Maori beschouwen de rivier ook als voorouder en dus familie en dus is de rivier ook deel van de mens. Vandaar het mantra: “ik ben de rivier, de rivier ben ik”. ‘We delen onszelf niet op in “mens” en “rivier”. We zijn één levend wezen. Daarom moeten we goed op de rivier letten – en andersom let de rivier ook op ons.’ Zegt Ted Napa in een interview met Arjen van Veelen. Ted Napa is een Maori-leider die kanotochten door de Whanganui River organiseert om het Maori-verhaal over de rivier invoelbaar te maken. In de documentaire ‘ik ben de rivier, de rivier ben ik’ vaart hij met Aboriginal bezoekers uit Australië over de rivier.
Hoe het werkt, een rivier met rechtspersoonlijkheid:
De Whanganui River wordt vertegenwoordigd door minimaal twee en maximaal zes voogden. De helft van de voogden is door de staat benoemd, de andere helft door de lokale Maorigemeenschap. De voogden handelen en spreken in naam van de rivier en hebben de taak om de gezondheid, het welzijn en de belangen van de rivier te herkennen en te dienen. Onder meer door de eigendommen van de rivier (de grond en de fondsen) te beheren. De voogden stellen met alle personen en organisaties die met de rivier van doen hebben een plan op waarin ecologische, culturele en spirituele belangen van de rivier voorop staan. Op de tweede plaats volgen de politieke, culturele en economische doelen van de omwonenden van de rivier.
Rivieren van levensbelang
De eerste rivieren met rechtspersoonlijkheid stromen allemaal door een gebied waar inheemse volken wonen die in hun levensonderhoud en levensvisie bedreigd worden. Zoals ook De Klamath River in de VS, waar Native Americans al duizenden jaren leefden van de zalmvisserij, maar de laatste 200 jaar overlopen werden door pelsjagers, goudzoekers en waterelectriciteit-dambouwers. De Amazone in Brazilië, waar de inheemse volkeren het aflegden tegen de wereldwijde agrobusiness. De Magpy of Mutesheka Shipu in het inuitgebied in Noord Canada. De enorm vervuilde Ganges in India. De Turag in Bangladesh waaraan duizenden mensen wonen die leven van de vuilnisbelt die deze rivier is en die dreigt te verdwijnen omdat de overheid en bedrijven er zand en vervuilde grond in storten om daarop fabrieken te bouwen.
Ook de Atrato rivier in Colombia, die met zijn 750 km de enige verbinding is voor arme Inheemse volkeren en Afro-Colombianen met de buitenwereld; en die ontzettend vervuild wordt door illegale goudmijnbouw, heeft nu voogden en het lokale radiostation verzamelt verhalen over de rivier, maar dat is niet genoeg:
“De Atrato doorkruist het leven van Chocò. Haar wateren hebben generaties van rivierbewoners kunnen voeden. Maar nu is de rivier gewond, vervuild, uitgebaggerd. En als we niets doen, zal ze alleen voortleven in de verhalen, in liederen… Alleen in onze herinnering.”
Naar Nederland
Kunnen wij ons die natuurrechtenbenadering in Nederland zo maar toeëigenen? Slaat dat ergens op? En zijn we er toe in staat? Vervuiling en vrije stroomdoorloop zijn overal belangrijke strijdpunten. Dat zie je ook terug in Nederlandse acties om een rivier (een stukje Maas, een stukje IJssel) rechten te geven. Inclusief de tegenstrijdige belangen van bv bewoners of recreanten versus boeren en bedrijven. De actievoerende bewoners behoren hier echter meestal niet tot de arme en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen. En ze zijn in hun levensonderhoud of voor hun vervoer meestal niet afhankelijk van de rivier. Hoewel… de slechte waterkwaliteit in Nederland gaat ons natuurlijk allemaal aan. Daar hebben we trouwens de Waterschappen voor, daar mogen we elke 4 jaar op stemmen. Veel aandacht krijgt dat niet.
De taal waarin in Nederland vrije stroomdoorloop wordt bepleit is de taal van juristen, beleidsmakers, landschapsarchitecten, civielingenieurs en communicatiemedewerkers. Niet wat wil de rivier, geen rivierbevrijdingsbeweging zoals de internationale damopblazers. maar wat willen wij met de rivier, wat levert het op en hoe kunt u er gebruik van maken.
Twee Rotterdamse voorbeelden
“Het Eiland van Brienenoord is een bijzonder eiland vol ontdekkingen met bos, grasvlakten, open water en poelen. In 2020 en 2021 kreeg het eiland een grote opknapbeurt. Er is nu meer ruimte voor de planten en dieren die bij getijdennatuur horen. Het eiland is onderdeel van het rondje Stadionpark, een recreatieve route van vijf kilometer op Rotterdam-Zuid. Drie Schotse hooglanders helpen ons sinds oktober 2021 bij het dagelijks beheer door onkruid, gras en jonge boompjes op te eten. Geniet van deze dieren, maar houd afstand. Het zijn wilde dieren!”
Voor Tweestromenland, een prijswinnerplan voor een ander ontwerp van de monding van de Maas schreef Arjen van Veelen:
“Zand en slib, door de natuur zelf aangeleverd, zullen een hoofdrol spelen om de zeespiegelstijging het hoofd te bieden. Dankzij de voorgestelde doorsteek kunnen de hooggelegen havengebieden anders benut. Tweestromenland speelt ruimte vrij voor de natuur, die kan herademen op het ritme van het getij. Voor transities ook, een gezonde haven, voor kleinschaliger industrie met een hogere toegevoegde waarde voor de regio, innig vervlochten met de levens van de oeverbewoners.”
Literaire experimenten
Lukt dat in Nederland, de rivier aan het woord laten? Of voor de rivier spreken. De Groene Amsterdammer deed 2 jaar geleden samen met Arita Baaijens (de eeuwige aspirant-tolk van de Noordzee) een ‘filosofisch taalexperiment’ om met de zee te praten, ofwel een ‘taal voor de toekomst’ uit te vinden. In de meeste inzendingen richten de schrijvers zich met vragen tot de zee. Filosoof en Zenboedhist Jan Bor ook en ondanks de titel: De zee zweeg, zei de zee in zijn verhaal iets terug.
Ik keek en luisterde naar de zee – op afstand, aangezien ik niet kan zwemmen. (Mijn bezorgde ouders dachten dat ik in zwemles zou verdrinken: een grappige drogreden.)
Ik vroeg de zee of wij haar taal kunnen leren verstaan.
De zee antwoordde: wil je mijn taal verstaan, dan moet je je denken begraven; een denken dat jullie onbenullige graaiziekte, hebzucht, haat en strijdlust dient en mij tot een bak van jullie afval maakt.
Dan moet je de taal van de gewaarwording leren spreken. (Bij dat laatste woord lachte zij even.)
Luister naar mijn klanken, mijn aanroepingen, fluisteringen, frases, ritmes, golven en trillingen, crescendo en diminuendo, aanzwellend en dan weer afnemend.
Dat lijkt op het advies van Maori-leider Ted Napa aan de mensen die hij met zijn kano meeneemt.
Op de website IJsselverhalen vond ik 2 teksten in de ik-vorm.
Waarom ik gruw van een stuw
Ik heb een neef. Hij heet Maas. We komen voort uit dezelfde familie. Iedereen in onze familie heeft een karaktertrek die jullie als mensen niet aanstaat: we zijn wisselvallig in ons waterhumeur.
Maas is wisselvalliger dan ik ben. Jullie ambitie om alles te controleren en te sturen heeft Maas dan ook geweten. Met mooie woorden hebben jullie hem ruim 100 jaar geleden in een keurslijf gedwongen: Maas is genormaliseerd. Zijn wilde bochten zijn afgesneden en zijn stroom is ingeperkt met stuwen. Ook hebben jullie grote gaten in zijn stroom gegraven. Zijn zand en grind zijn hem ontnomen.
En toen bleek dat jullie alsmaar uitdijende vrachtschepen nog steeds niet met Maas overweg konden. Tussen grofweg Luik en Roermond hebben jullie een kanaal gegraven zodat je parallel aan de Maas probleemloos kunt varen.
Ik ben veel jonger dan mijn neef. Ik ben eigenlijk net een puber als je het in de tijd beschouwt. Ook mij heb je al in een keurslijf gedouwd. Dat begon met dijken toen ik net kwam kijken. Ik weet niet beter. Een halve eeuw geleden zijn mijn oevers vastgelegd in zware keien. Gelukkig mag ik nog vrijuit stromen. Stuwen ken ik niet en dat wil ik graag zo houden!
En zo verder en dan volgen er aan het eind een paar tips cq beleidsaanbevelingen.
De toeristische verleidingsstrategie
Een wereldwijde gemene deler is het gebruik van toerisme en vrije tijdsbesteding om het verhaal aan de gewone man te brengen. Het kano varen op de Whanganui en kajakken op de Klamath. Het rondje Stadionpark bij Brienenoord, het zondagmiddagbeeld op de omslag van het rapport Tweestromenland, het zwemmen rondom het Noordereiland gekoppeld aan binnenhavenschoonmaakacties.
Zo ook in Breda. Om ten slotte nog even naar de stad van mijn jeugd terug te keren. 500 meter stroomopwaarts vanaf mijn oude huis heeft de Mark de vrije ruimte gekregen. Met ingehuurde koeien die zich ook in het water thuis voelen. Een elk jaar terugkerende vaste club ooievaars, al overleed een hele familie vorig jaar aan de vogelgriep. Een heen-en-weer fietspad met bordjes om rekening met elkaar te houden. Kanovaart, al ligt de stuw er nog steeds. En een superactieve vereniging Markdal. Vorig jaar was er zelfs een 3 maanden lang durend zomerfestival getiteld: Liefde voor de Mark. Observatorium, een Rotterdams kunstenaarscollectief, bouwde in de haven, die weer ontdempt is, een drijvend terras, getiteld De Veerman, waar mensen hun verhalen over de Mark konden vertellen. Ze maakten er een ‘culturele artistieke gebiedsbiografie’ van.
Het einde van de mens als maat der dingen?
De natuurrechtenbeweging wordt wel gezien als ‘Het einde van de mens als maat der dingen’. Voor Nederland weet ik dat niet zo zeker. We willen natuurlijk een schone rivier, dat is voor alles en iedereen goed. De christelijke spirituele traditie is rentmeesterschap: beheerder van God’s aarde. We kunnen romantisch en chauvinistisch doen over ‘onze’ rivier, op het sentimentele af, maar uiteindelijk willen we toch vooral autovrije gescheiden fiets- en wandelpaden erlangs en op gepaste afstand een zwemplek, een brug en een uitspanning.
Ik hield dit praatje (met plaatjes) in het PuntKomma Muziek programma ‘Leven met rivieren’ van Leeszaal Rotterdam West.
De foto maakte ik in het natuurgebiedje nabij wijk De Esch, dat dreigt te verdwijnen door de bouw van de zogenoemde derde brug over de Maas. De omwonenden en wandelaars willen, o.a. om die reden, geen brug (zie bordje) maar een tunnel. Wat zou de rivier willen?