Van wie is de stad?

‘Kan je hier nog wonen?” zong het Oude Westen-cabaret begin jaren ’70. Dat sloeg op de krotachtige kwaliteit van de woningen. Anno nu kunnen we de vraag opnieuw stellen, maar zijn de betaalbaarheid, de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van de woningen in het geding; en het recht van iedereen om in het Oude Westen te wonen. “Van wie is dat stad?” is nu een betere vraag. Oude en nieuwe bewoners van het Oude Westen spraken in november 2019 met elkaar over wat er mis gaat op het gebied van wonen en wat we er als bewoners aan zouden kunnen doen. Het ging over de markt: de prijsopdrijving door beleggers, over het minder sociale woningen-beleid van de gemeente, en over de communicatie met de woningcorporatie.  

  1. Het regiem van de markt dreigt wonen in het Oude Westen voor (bijna) iedereen onbetaalbaar te maken en de woningmarkt op slot te zetten.

Een kluswoning die voor 7 ton op Funda staat, een voormalige sociale huurwoning die voor 1200 euro wordt verhuurd, winkelpanden die onbetaalbaar worden voor echt zelfstandige ondernemers. Laat de markt gewoon haar werk doen, dan komt het dus niet goed. Kleine en grote beleggers azen op de woningen en winkels in het Oude Westen (en omgeving) en drijven zo de prijzen omhoog. De sociale huurwoningen die verkocht werden om middengroepen te houden en te trekken, zijn voor hen inmiddels onbetaalbaar. Woningen worden door beleggers (inclusief ‘vaders van studerende kinderen’) verhokt, winkel- en horecapanden gaan naar de standaard ketens. De huidige woningmarkt gaat niet meer om mensen en voorzieningen, maar om stenen, het vastgoed, het beleggen en snel geld maken. Wat het effect daarvan voor bewoners is, kunnen we in Amsterdam, Utrecht en veel grote steden in Europa (en elders) zien. Lage- en middeninkomensgroepen worden naar de randen van de stad verdreven. Het gevolg: ‘sociale ontwrichting’, een fysieke (en mentale) kloof  tussen arm/modaal en (heel) rijk. Zie de film Push, waarin het werk van Leilani Farha, VN-rapporteur over huisvesting, wordt gevolgd. (We gaan hem in de Leeszaal draaien. En daarbij ook onderzoeker Manuel Aalbers uitnodigen, die de stand van zaken in Nederland kan uitleggen.) In steden waar die ontwikkeling al verder is dan in Rotterdam worden maatregelen genomen om dit desastreuze markteffect in te dammen. In Berlijn koopt de gemeente huizen op. ‘Onteigening’ is daar het actiemotto. In Londen worden tweede huizen extra belast. In Amsterdam wil men een woonplicht invoeren. Dat zou in de populaire Rotterdamse wijken ook een goed idee zijn. Waarom zouden we afwachten tot het te laat is?

Gelukkig heeft het Oude Westen nog sociale woningbouw. Dat remt deze ontwikkeling. Enigszins althans. Woningcorporatie Woonstad lift via het puntensysteem, waarmee de huren van woningen en bedrijfspanden worden bepaald, met de prijsopdrijving mee. Daardoor komen sociale huurwoningen in de duurste categorie (sociale woning plus = huur € 607 – € 720) terecht, dus niet toegankelijk voor de laagste inkomens. Wordt de huur meer dan € 720, dan gaan ze de vrije sector in en dan gaan alle remmen los, lijkt het. Omdat het niet anders kan? Dat valt te bezien. Op sommige plekken trapt Woonstad op de rem. Dan wordt de huur niet verhoogd om de woning als sociale huurwoning te behouden. Of krijgt een maatschappelijk organisatie huurkorting uit hun ‘leefbaarheidsbudget’. Of vraagt men bij een vrijgekomen winkelpand niet de hoofdprijs om een unieke winkel een kans te geven. Wanneer ze wat gaat doen, is altijd weer een verrassing. En er kan meer. Tussen de woningcorporaties is discussie ontstaan over de bepaling van de huurprijs. We zouden ook gewoon kunnen kijken hoeveel het bouwen en onderhouden kost en doen waar we ooit voor in het leven geroepen zijn, zegt een kritische groep woningcorporaties in ‘Pleidooi, een huurwoning geen voorziening maar een thuis’ (2018). Dan kom je op heel andere huren en huurverhogingen uit.

We zouden met bewonersgroepen van andere wijken met Rotterdamse woningcorporaties in gesprek moeten gaan over de huurprijsbepaling. Inzet: woningcorporaties zouden de huren niet langer moeten laten dicteren door het marktgerichte puntensysteem, maar door een visie op hun maatschappelijke taak, een analyse van de inkomenssituatie/toekomst van huidige en toekomstige bewoners, en reflectie op de vraag: van wie is de stad?

Dit is niet alleen een politiek-ideologische en sociale keuze, het is ook een praktisch vraagstuk. Door simpelweg de markt en het neoliberale beleid te volgen, kunnen woningcorporaties feitelijk hun werk niet meer doen, namelijk huisvesting bieden aan mensen tot en met een modaal inkomen. Want vanwege de huurverhogingen blijft iedereen zitten waar hij zit. Ouderen houden (soms voor hen ongeschikte) vier- en vijfkamerwoningen bezet. Zij geven hun klein beetje pensioen bovenop hun AOW liever uit aan de tot na hun pensionering uitgestelde reizen naar familieleden in een ver land of aan de huur van een knutselschuur, dan aan een fikse huurverhoging voor een kleiner huis. (zie de serie ‘Al heel lang thuis in het Oude Westen’ in de Buurtkrant Oude Westen jaargang 2018). Onder andere daardoor komt er geen ruimte vrij voor starters en voor gezinnen. De Werkgroep ‘We laten ons nog niet kisten’ van de Aktiegroep Oude Westen geeft – in samenwerking met Woonstad en welzijnsinstelling RadarWmo –  voorlichting aan 55plussers over individuele voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat ze bij lichamelijke ongemakken letterlijk vast komen te zitten in hun huis. Dat is nuttig, maar niet genoeg. Er wonen in het Oude Westen 1385 65+ers (vermoedelijk inclusief de bewoners van Humanitas Leeuwenhoek en Laurens/Antonius) en gezien de leeftijdsopbouw in de wijk komen er jaarlijks meer 65+ers bij dan er door overlijden afvallen. Individuele hulp aan de vraagzijde is niet genoeg, er moet dus ook iets aan de aanbodzijde veranderen.

https://allecijfers.nl: op 1-1-2018 woonden in het Oude Westen (exclusief Dijkzigtkwartier) 9.500 mensen in 5000 huishoudens. In 1300 huishoudens wonen kinderen. 2770 huishoudens zijn eenpersoonshuishoudens. Leeftijdsopbouw: 0-15 jaar: 1260, 15-25 jaar: 1435, 25-45 jaar: 2975, 45-65 jaar: 2330, 65+ 1386.

Een CO2- en stikstofneutraal toekomstplan voor het Oude Westen, gericht op het betaalbaar en toegankelijk maken van bestaande woningen. Laten we niet langer afwachten welke sloopplannen op ons afkomen, maar een eigen toekomstplan voor het Oude Westen maken. Geen slopen/bouwenplan, maar een plan dat uitgaat van de bestaande woningen en de bestaande sociale mix van bewoners. Met extra aandacht voor de groepen die in de knel (dreigen te) komen, zoals mensen die slecht ter been zijn en dus een benedenwoning of woning met lift nodig hebben, maar ook voor starters (huur/koop). In plaats van stenen verplaatsen, gaan we kijken welke andere middelen kunnen worden ingezet om mensen aan een geschikt (= betaalbaar en toegankelijk) huis te helpen. Zoals huur(prijs)beleid, onderhoud en huisaanpassingen (bv liftkokers toevoegen), herverdelen, woningen terugkopen en anders op de markt zetten, selectief toewijzen etc. Niet huizen maar goed wonen staat centraal. Dan kan het ook een plan worden dat aansluit bij het verduurzamingsprogramma van de Aktiegroep. Niet omdat er overal groene daken op de nieuwe huizen komen, maar omdat er geen nieuwe huizen komen. Natuurlijk worden de oude huizen helemaal klimaatproof gemaakt en zijn de renovaties gebaseerd op circulair bouwen. Werkgroepen van bewoners en deskundigen dragen daar ideeen voor aan en volgen het werk.

Ter inspiratie: Thomas Rau & Sabine Oberhufer, Material Matters. Het alternatief voor onze roofbouwmaatschappij (2016)

2. Gemeentelijk beleid: minder, minder, minder… en de gevolgen daarvan voor de oude en nieuwe bewoners.

De veranderde politieke samenstelling van het gemeentebestuur heeft weinig veranderd aan het Rotterdamse huisvestingsbeleid. De omstreden Rotterdamwet wordt gewoon voortgezet. De herziene Woonvisie wijkt nauwelijks af van de originele versie. De sloop van de Tweebosbuurt is een menselijk drama en niet uit te leggen, maar de ‘brede’ coalitie geeft geen krimp. De pijn voor bewoners zit in het politieke mantra ‘Wijken in balans’. In het laatste convenant van gemeente en woningcorporaties (oktober 2019) wordt dat in cijfers uitgedrukt: wijken met meer dan 55% sociale huurwoningen zijn in disbalans, en de woningcorporaties hebben beloofd daar iets aan te gaan doen. Het Oude Westen staat in het rijtje ‘sterke disbalans’ = 70 tot 100% sociale woningen basis. Dat zou in 2030 teruggebracht moeten zijn tot maximaal 55%.

Kloppen de cijfers? Zonder het eens te zijn met de manier van redeneren is het toch nuttig om te weten of deze cijfers kloppen. Volgens https://allecijfers.nl, die zich baseert op alle beschikbare open source data, was per 1 januari het aandeel sociale huurwoningen in het Oude Westen 60% (+ 19% andere huur en 18% koop). Als 10% van deze woningen in de categorie sociale woning plus vallen, en vermoedelijk is dat percentage hoger, dan zou het totale percentage sociale huurwoningen basis in het Oude Westen uitkomen op 55% of minder. Dus helemaal fijn ‘in balans’. Toch iets om uit te zoeken.

Waar moeten de bewoners van het teveel aan sociale woningen basis in het Oude Westen (en de andere 24 wijken in disbalans) heen? Dat staat nergens in het convenant. De Rotterdamse woningcorporaties hebben bij de gemeente aangekaart dat het Woonvisieplan onherroepelijk leidt tot een tekort van 9000 sociale woningen basis in Rotterdam. Daar heeft de gemeente kennis van genomen, maar niet echt iets mee gedaan. Ja ze zullen in geplande nieuwbouwbuurten zoals bij FeyenoordCity rekening houden met 20% sociale woningen basis. Het vorige gemeentebestuur was daar duidelijker in: die mensen moeten naar de randgemeenten: Capelle, Spijkenisse e.d..

Maar belangrijker: waarom moeten deze mensen weg? Omdat mensen met lage inkomens geassocieerd worden met problemen. Het gaat bij ‘Wijken in Balans’ er niet om dat deze mensen problemen hebben, bijvoorbeeld te weinig geld om rond te komen en zich te ontwikkelen, maar dat ze een probleem zijn. Hun aanwezigheid is een probleem voor de ‘leefbaarheid’ van de wijk. De oplossing daarvoor is ‘verdunning’: meer bewoners met hoge inkomens (in gemeentejargon: ‘sterke schouders’) en minder bewoners met lage inkomens.

De vanzelfsprekendheid om de aanwezigheid van mensen met een laag inkomen als een probleem voor de leefbaarheid van een wijk te zien, is hardnekkig; ondanks de vele (goed onderbouwde) kritiek op deze benadering. We zouden als bewoners moeten proberen om met elkaar een ander verhaal te maken over sociale en culturele waarde van de huidige mix van bewoners van het Oude Westen. Of verhalen, meervoud dus, want dat zou je met verschillende groepen en in verschillende vormen moeten doen.

Hoe hebben bewoners van het Oude Westen last van dit beleid?

Want bewoners van het Oude Westen hebben echt last van het Wijken in Balans-beleid. Allereerst de mensen die de pech hebben om in een sociale huurwoning op een ‘ontwikkellocatie’ te wonen. Zij zijn gedwongen te verhuizen zonder terugkeergarantie naar straat, buurt of wijk.  De afgelopen jaren moesten bewoners van de Sint-Mariastraat, Gaffelstraat, Bajonetstraat, Adrianastraat hun huis uit om plaats te maken voor welgesteldere bewoners. Bij het Odeonblok staat wel sociale woningbouw (plus!) in de planning, maar er wordt geen terugkeergarantie gegeven. Gentrificatie gaat niet alleen over verdringing, dat zit in de definitie van dat woord, het gaat ook over discriminatie en woon(on)rechtvaardigheid. Discriminatie van mensen met een laag of onzeker inkomen. En impliciet ook van mensen met een immigratie-achtergrond, want in de Leefbaarheidsbarometers waarop dit beleid zich baseert, scoren migratie-achtergrond (en alleenstaand ouderschap) ook negatief.

Het schrappen van de terugkeergarantie naar straat, buurt of wijk,  maakt van deze stedelijke vernieuwing bevolkingspolitiek. Zo ervaren de bewoners van renovatie- en sloopwoningen het ook; inclusief de mensen die (op den duur) niet per sé in een sociale huurwoning of in de wijk willen blijven wonen. Daarom gaat gentrificatie ook over vernedering, over geschaad worden in je gevoelens van eigenwaarde en zelfrespect. Het gevoel de mindere te zijn, of zo gezien te worden. Dat raakt niet alleen de bewoners die hun huis uit moeten, dat raakt alle bewoners van sociale huurwoningen. ‘Het Oude Westen, daar ging je vroeger niet wonen, maar het is nu een stuk opgeknapt hè, met al die galerieën en nieuwe huizen…’ Zo’n (recentelijk veel gehoord) ‘compliment’ bevestigt alleen maar het gevoel van de ‘oude’ bewoners dat zij geen onderdeel zijn van die opgeknapte wijk, maar een residu van de oude probleemwijk. In het Oude Westen zit nog een extra rauw randje aan deze pijn. In de jaren ‘80 en ’90 hadden Oude-Westenaren behoorlijk te lijden van drugsoverlast. Het dealen op CS en de West-Kruiskade verspreidde zich over de zijstraten, met alle gevolgen van dien: inbraken, straatovervallen, onveilige portieken en bergingen etc. De politiepost op de West-Kruiskade noemde de wijk in die tijd in de krant een ‘no go area’. (over vernedering gesproken!) Bewoners hebben zich actief ingezet om het tij te keren, onder andere in de schouwgroepen Drugs in Kleur. (over ‘sterke schouders’ gesproken!) Met resultaat. ‘En nu het dus weer redelijk op orde is, kunnen wij vertrekken!’ Dat hoor je dus ook in de wijk.

Natuurlijk leidt deze discriminatie en vernedering tot ongemak tussen oude en nieuwe bewoners. We hoorden dat bij bewoners van koopwoningen op twee manieren terug. Ten eerste in ergernis over de manier waarop VVE-beheerders en de vertegenwoordiging van Woonstad over de (afwezige) huurders praten. ‘De VVE-beheerder praat echt denigrerend over de huurders van ons complex, ze zouden alleen maar negatief reageren op verbetervoorstellen uit angst dat ze daarvoor moeten betalen, terwijl ik zie dat zij het straatje op orde houden.’ ‘Als ik in de VVE-vergadering zeg dat de huurders hier toch ook over gehoord moeten worden, vindt de vertegenwoordiger van Woonstad dat niet nodig.’ Ten tweede in het gevoel ‘als rijke stinkerds’ niet welkom te zijn in de wijk. Sommige nieuwe bewoners voelen vijandigheid, of op zijn minst reserve bij de bewoners van de naburige sociale woningen. Ze voelen zich daardoor tekortgedaan, want zij hebben toch gekozen voor deze gemixte wijk.

Er is voorgesteld om het ongemak tussen oude en nieuwe bewoners op te lossen met de kopjeskoffiemethode: bij elkaar komen om beter kennis te maken en zo onderlinge vooroordelen weg te werken. Er wordt gezocht naar plekken/momenten die daarvoor geschikt zijn. Anderen zien meer heil in gezamenlijke actie rondom gemeenschappelijke belangen. Zoals nu al op bescheiden schaal in de praktijk gebeurt, zoals op het binnenterrein tussen de Sint-Mariastraat en de Gouvernestraat, dat voor kinderen uit beide straten een fijne speelplek is geworden. Ander voorbeeld: de Jeugdbieb waarvoor diverse nieuwe bewoners zich hebben ingezet, of nog inzetten.

Zouden we het ook iets groter aan kunnen pakken? Bijvoorbeeld onderwijs. De helft van de kinderen in de wijk gaat nu niet in de wijk naar school, waaronder alle kinderen van de nieuwkomers in de koop- en dure huurhuizen. Gevolg 1: afstand tusen verschillende groepen ouders en kinderen, omdat ze elkaar niet tegenkomen bij de schoolpoort en bij schoolactiviteiten. Gevolg 2: de scholen in het Oude Westen worden zo klein dat ze gedwongen zijn te fuseren, waardoor nu het openbaar onderwijs uit de wijk verdwijnt. Zou een initiatief van ouders deze tendens kunnen doorbreken? Eerst maar eens samen praten.

Of een jeugdcentrum. Als de Van Asch van Wijckschool in 2020 leegkomt, dan zou daar iets kunnen komen voor de jeugd. Het HipHophuis zoekt een locatie in de wijk. De huiswerkklas denkt na over een andere plek. Thuis Op Straat heeft er net naast een mooie werkruimte ingericht. Twee deuren verder zit Dansschool Moves. Dat is zo uit te breiden tot een mooie voorziening van en voor de jeugd. Zowel kinderen/jongeren en ouders, oud en nieuw in de wijk, zouden mee kunnen praten over de invulling ervan.

3. Woonstad: en of bewoners nog iets te zeggen hebben

Het gebrek aan communicatie met Woonstad kwam regelmatig ter sprake. Dat speelt op diverse niveaus.

  • Op het niveau van de complexen is niets geregeld voor de (wettelijk verplichte) zeggenschap van huurders. Ook de informatievoorziening is minimaal. Vroeger kregen bewoners nog wel eens een overzicht van onderhoudsplannen voor een aantal jaren. Tegenwoordig mogen ze blij zijn als ze een week van te voren weten dat hun ramen geverfd gaan worden. En waar kan je aankaarten dat de pui er ontzettend verwaarloosd uitziet? Dat is geen onderwerp voor de Woonstad-app. En zou het niet goed  zijn om portiekbewoners te informeren over bijzondere huisvestingen?
  • Op het niveau van de VVE hebben huurders geen enkele stem. Zij moeten bijvoorbeeld maar afwachten of de eigenaar-bewoners kiezen voor een groen dak of een traditioneel bitumen dak. Of eigenlijk weten ze niet eens dat dat op de agenda staat.
  • Op het niveau van de wijk hadden we een tijdje de (goed bezochte) wijkdialogen, georganiseerd door Woonstad en Aktiegroep. De laatste is al weer van een jaar of drie geleden. Over het duurzaamheidsprogramma is redelijk goed contact tussen Woonstad en Aktiegroep. Op het gebied van wonen en wijkverbetering is dat er niet. De laatste wijkvisie waarvoor ook gesprekken met bewoners werden georganiseerd dateert uit 2006.
  • Op het niveau van de stad is er de cliëntenraad van Woonstad. Ze hoeven geen ruggenspraak met huurders te houden, maar hoe informeren zij zich dan over meningen, ervaringen, wensen en behoeften van de huurders in een bepaalde wijk? Niemand weet het. Zij ondertekenden waarschijnlijk het convenant tussen gemeente en woningcorporaties over ‘Wijken in balans’; althans dat moest ondertekend worden door Rotterdamse huurdersverenigingen. Worden daarmee de cliëntenraden van de woningcorporaties bedoeld? Weten we eigenlijk ook niet. Woonstad zoekt momenteel kandidaten voor de cliëntenraad omdat die door conflicten is uitgedund.

Voor de helderheid, dit gaat over zeggenschap en communicatie. Niet over de dienstverlening, de kwaliteit van het onderhoud etc. etc. door Woonstad. Tegelijkertijd gaat het indirect natuurlijk toch ook over de dienstverlening. Huurders hebben in veel gevallen de meeste kennis over de kwaliteit van hun woning, de effectiviteit van het standaardonderhoud, de gevolgen van bepaald plaatsingsbeleid etc. Bewoners hebben iets te zeggen over hun woning/complex, in materiele en sociale zin, dus zou het zo logisch zijn dat ze iets te zeggen hebben over hun woning/complex. Of dat ze op zijn minst een gesprekspartner zijn. Niet alleen individueel, soms ook als groep, afhankelijk van het niveau waarop een kwestie speelt. Als mensen serieus genomen worden, voelen ze zich ook verantwoordelijker. Dat is allemaal gunstig voor een huisbaas. Dus laten we de draad weer oppakken (de wijkdialogen) of de zeggenschap gewoon goed regelen (consultatie op complexniveau) en laten we kijken hoe huurders hun kennis en ervaringen in de VVE-vergaderingen kunnen inbrengen. En laten we eens nadenken of de stem van de huurders op stedelijk niveau, bijvoorbeeld als woningcorporaties een convenant met de gemeente tekenen, wel zo goed geregeld is via de cliëntenraden. Misschien moeten er wel echt aparte huurdersverenigingen komen…

Afsluitend (voorlopig dan)

Iemand zei: we moeten als bewoners weer zelf het initiatief nemen en plannen maken; met alle solidaire deskundigen die we daarvoor kunnen vinden. Het moet een mix worden van goed uitgewerkte voorstellen, verhalen vertellen en draagvlakcampagnes. We moeten niet alleen een serieuze gesprekspartner worden voor de partijen die nu de beslissingen nemen, we moeten de rollen omdraaien en ervoor zorgen dat ze met ons willen komen praten. Net zoals nu gebeurt rondom het duurzaamheidsprogramma van het Oude Westen.

Hoe verder? Eerste stap

Om nog wat meer input te krijgen voor het programma Wonen stellen alle deelnemers aan deze gesprekken aan vijf mensen de volgende vragen:

  1. Wat maakt voor jou het Oude Westen een aantrekkelijke wijk om te wonen?
  2. Over welke ontwikkelingen m.b.t. het wonen, de huizen, de huisvesting maak je je zorgen? Voor jezelf, voor anderen, de wijk als geheel?
  3. Wat zouden we daar als bewoners aan kunnen doen? (individueel, collectief)
  4. Hoe zouden we de sociale en culturele waarde van de huidige sociale mix van het Oude Westen beter voor het voetlicht kunnen brengen?

En de resultaten naar Joke (boeket@antenna.nl) mailen. Alle andere opmerkingen naar aanleiding van dit stuk zijn natuurlijk ook welkom.

Joke van der Zwaard                                             Rotterdam, 30 november 2019

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven